Na drie jaar van krimp krijgt het omzetherstel van Randstad eindelijk vaart. De opleving komt vooral van grote klanten en werk met dunne marges. Randstad moet nu bewijzen dat meer omzet ook leidt tot meer brutowinst en een hoger rendement op het geïnvesteerde kapitaal.
Beleggers in Randstad hebben er lang op moeten wachten, maar de omzet zit eindelijk weer in de lift. Het uitzendconcern boekte in het tweede kwartaal een omzet van 5,9 miljard euro. Organisch was dat 1,9 procent meer dan een jaar eerder. Analisten hadden op minder dan 1 procent groei gerekend.
De opleving kwam vooral van grote industriële en logistieke klanten. In Noord-Amerika trok de vraag naar tijdelijke werknemers bij fabrieken en distributiecentra stevig aan. Ook Zuid-Europa bleef sterk. In Nederland, België en Frankrijk nam de omzet nog af.
Binnen Europa vormde Duitsland de grootste verrassing. Waar analisten op krimp rekenden, rapporteerde Randstad juist groei. De vraag trok aan vanuit de industrie, logistiek en automobielsector. Volgens topman Sander van ’t Noordende worden in de vraag naar personeel ook de eerste effecten zichtbaar van de hogere Duitse defensie-uitgaven.
Het herstel is dus nog niet wereldwijd. Maar het is inmiddels breed genoeg om de groepsomzet weer vooruit te helpen.
Groei keert terug, maar niet overal
Bron: kwartaalcijfers Randstad en Bloomberg. Percentages weerspiegelen de organische omzetgroei.
De omzet groeit weer, de brutowinst blijft achter
Toegegeven, in het eerste kwartaal was na twaalf kwartalen krimp al een bescheiden omzetgroei zichtbaar. Maar in het tweede kwartaal zette dat herstel duidelijk door.
Toch is de ommekeer nog niet compleet. De brutowinst, de omzet minus de directe kosten van het geleverde personeel, daalde in het tweede kwartaal nog met 1,5 procent. Randstad houdt dus voorlopig minder over aan iedere euro omzet.
Dat komt vooral door de samenstelling van de groei. Grote internationale klanten brengen veel volume, maar bedingen doorgaans scherpere tarieven. Ook de sterke groei in Italië en Spanje, waar lonen relatief laag liggen, werkt via de geografische mix ongunstig door. Daardoor groeit de omzet weer, maar blijft de brutowinst achter.
Volgens Van ’t Noordende past dat bij een pril economisch herstel. Grote fabrieken en distributiecentra moeten hun personeelsbehoefte vooruitplannen. Kleinere bedrijven kunnen volgens hem een tijdelijke opleving vaak nog opvangen door hun bestaande personeel enkele uren langer te laten werken.
De groei werd gedurende het kwartaal wel sterker. Volgens financieel directeur Jorge Vazquez was juni de beste maand. In de eerste weken van juli zette de positieve volumetrend door. De omzetkrimp lijkt daarmee voorbij, maar voor een volledig herstel moet nu ook de brutowinst volgen.
Omzet kruipt boven nul, brutowinst nog niet
Bron: kwartaalverslagen Randstad. Percentages weerspiegelen de organische groei.
Meer omzet moet nu meer rendement opleveren
Ondanks de dalende brutowinst nam de onderliggende operationele winst, de EBITA, met 8 procent toe tot 146 miljoen euro. Het was de eerste stijging in dertien kwartalen.
Die verbetering kwam vooral doordat de kosten niet meestegen met de omzet. Randstad ving de extra vraag op zonder de interne organisatie uit te breiden. Het aantal uitzendkrachten en andere werkenden per interne medewerker steeg met 5 procent. Volgens cfo Vazquez kan de bestaande organisatie “aanzienlijk meer werk” verrichten.
Dat komt mede doordat Randstad een groter deel van de werving centraal organiseert. Meer dan de helft van de controle en selectie van kandidaten gebeurt inmiddels in centrale talentcentra, die voor meerdere vestigingen tegelijk kandidaten zoeken en voorselecteren. Lokale medewerkers houden daardoor meer tijd over voor klanten en verkoop.
Toch ligt het rendement nog rond de ondergrens. Over de afgelopen twaalf maanden behaalde Randstad een operationele winst na belastingen van ongeveer 586 miljoen euro. Daar staat ruim 5,7 miljard euro aan geïnvesteerd kapitaal tegenover. Het rendement komt daarmee uit rond 10 procent, min of meer gelijk aan de geschatte kapitaalkosten.
Randstad verdient dus nauwelijks meer dan beleggers verlangen voor het beschikbaar stellen van hun vermogen. Van duidelijke waardecreatie is nog geen sprake.
Tijdens de jarenlange krimp bleef opvallend veel geld vastzitten in openstaande rekeningen. Klanten, de bedrijven die Randstad-personeel inhuren, betalen hun rekeningen gemiddeld pas na bijna 58 dagen, ongeveer zes dagen later dan enkele jaren geleden. Vooral grote klanten en klanten in Zuid-Europa betalen later.
Het werkkapitaal is daardoor opgelopen tot 5,6 procent van de jaaromzet. Dat is circa 1 procentpunt meer dan enkele jaren geleden. Bij een jaaromzet van ongeveer 23 miljard euro zit hierdoor ruim 230 miljoen euro extra in de onderneming vast. Ook over dat geld moet Randstad rendement behalen.
Randstad verdient nog nauwelijks boven de kapitaalkosten
Bron: kwartaalverslagen Randstad en analyse VEB. De WACC van 10 procent is gebaseerd op analistentaxaties. De aangepaste winst staat gelijk aan de EBITA na belastingen.
Beleggers reageerden opgelucht en zetten het aandeel ruim 12 procent hoger. Dat enthousiasme is begrijpelijk: na drie jaar krimp groeit Randstad weer en stijgt de operationele winst.
Maar het bedrijf is er nog niet. De volgende stap is moeilijker. De omzetgroei moet zich vertalen in hogere brutowinst, minder werkkapitaal en een rendement dat duidelijk boven de kapitaalkosten ligt. Pas dan creëert het herstel ook waarde voor aandeelhouders.